Congres voor leden

Verkrijg hier toegang tot exclusieve Congres ledencontent.

15 oktober 2021

Chirurgie bij het complexe coloncarcinoom

Voorzitters

  • Dr. M. Leeuwenburgh, chirurg AVL
  • Dr. N. Hugen, AIOS Rijnstaete

Op grond van de huidige informatie zijn er geen richtlijnen en algoritmen voor de behandeling van het complexe coloncarcinoom. Details van deze specifieke categorie zijn niet goed te herleiden uit de DCRA of de Nederlandse Kanker Registratie (IKNL). Dit heeft geleid tot een brede praktijkvariatie. Deze sessie zal ingaan op het complexe coloncarcinoom, de verschillende onderzoeken, innovaties en behandelmogelijkheden.

Snapshot studie: complex coloncarcinoom
Dr. H.L. van Westreenen, chirurg, Isala Ziekenhuis

In Nederland worden jaarlijks ~7000 colonresecties voor coloncarcinoom uitgevoerd voor het overgrote deel in de perifere ziekenhuizen (www.dica.nl). Een subgroep van het coloncarcinoom zijn de hoog complexe stadium I-III tumoren. Van deze subgroep is het obstructief coloncarcinoom reeds uitgebreid onderzocht en beschreven. Echter, andere entiteiten van het complexe coloncarcinoom zijn nauwelijks beschreven zoals tumoren met infectieuze complicaties (perforatie of abces) en tumoren met ingroei in omliggende structuren (cT4 tumoren). Ook het locoregionaal recidief coloncarcinoom heeft nauwelijks aandacht gekregen in de literatuur. Ongeveer 4-13% van de patiënten die een curatieve resectie voor coloncarcinoom hebben ondergaan ontwikkelt een locoregionaal recidief. In een Nederlandse populatiestudie wordt slechts 31% van de patiënten met locoregionaal recidief met curatieve intentie behandeld. De beperkte literatuur over het locoregionaal recidief coloncarcinoom bestaat vooral uit historische cohorten uit tertiaire(gespecialiseerde) centra. Daarom is er gebrek aan bruikbaar bewijs bij de besluitvorming rondom de behandeling van het locoregionaal recidief coloncarcinoom.

Deze snapshot studie wil inzicht verkrijgen in de multidisciplinaire besluitvorming en uitkomsten van het complexe coloncarcinoom. Over deze vorm van coloncarcinoom ontbreekt het aan studies en kan dit project een grote bijdrage leveren aan wetenschappelijke onderbouwing van de behandeling van deze patiënten. Ondanks het feit dat het complexe coloncarcinoom minder frequent voorkomt blijft het, door het grote volume, een substantieel probleem. Door het ontbreken van studies en data over deze categorie uit de DCRA of Nederlandse Kanker Registratie (IKNL) zijn er geen richtlijnen voor de behandeling van het complexe coloncarcinoom. Dit heeft geleid tot een brede praktijkvariatie. De patiënten met het complexe coloncarcinoom hebben een hoge kans op een recidief en morbiditeit van de behandeling leidend tot slechte overleving kansen.

Wat hebben we geleerd na COLOPEC I en wat gaat de COLOPEC II ons leren?
Prof. P. Tanis, chirurg AUMC

De COLOPEC-1 trial was opgezet om te kijken of we met HIPEC de kans op het ontstaan van peritoneale metastasen bij lokaal gevorderd coloncarcinoom konden reduceren. Dat blijkt op basis van het primaire eindpunt na 18 maanden niet zo te zijn. Benadrukt moet worden dat we nog steeds in afwachting zijn van de resultaten na 5 jaar, dus dat nog geen definitieve conclusie getrokken kan worden over de werkzaamheid van adjuvante HIPEC.

Maar naast de primaire vraagstelling heeft de COLOPEC-1 trial ons ook veel geleerd over het T4 coloncarcinoom als ziekte entiteit. Inmiddels weten we dat het risico op peritoneale metastasen meer dan 20% is en dat dit percentage afhangt van de subcategorie van het T4 stadium. Inmiddels zijn alle histologische coupes gereviseerd en dit heeft ons laten zien dat de pathologische beoordeling van een gevorderd coloncarcinoom een aantal valkuilen en praktijkvariatie kent. De studie maakte ons ook alerter op het risico op peritoneaal metastasen, en dat is waarschijnlijk een belangrijke verklaring - naast de geplande relaparoscopie - voor het hoge percentage van de patiënten met peritoneaal recidief dat nog in aanmerking kwam voor CRS/HIPEC, ook in de controle arm. Van de side studie naar adhesies hebben we geleerd dat laparoscopische resectie van een T4 coloncarcinoom de kans op adhesies aanzienlijk verkleint, en dat de intraperitoneale chemotherapie geen risicofactor lijkt voor adhesievorming.

De COLOPEC-2 trial zal ons verder inzicht verschaffen in de kans op het optreden van peritoneale metastasen en het tijdstip van detectie daarvan als er standaard een CT abdomen na 6 maanden wordt verricht en aansluitend een laparoscopie, met eventueel afhankelijk van de randomisatie nog een laparoscopie na 18 maanden. Hopelijk kunnen we met gecombineerde analyses van de twee COLOPEC trials ook subgroepen gaan definiëren met een opvallend laag of hoog risico op peritoneaal recidief binnen het lokaal gevorderd coloncarcinoom. Als tegen die tijd ook meer (internationale) data beschikbaar is over de werkzaamheid van intraperitoneale chemotherapie, kan dat de input zijn voor een mogelijke COLOPEC-3 trial.

HIPEC en beeldvorming, onderhevig aan verandering
Dr. de Reuver, chirurg Radboudumc

Peritonitis carcinomatosa komt voor bij 10% van de patiënten met een colorectaal carcinoom voor. De combinatie van cytoreductieve chirurgie en hypertherme intraperitoneale chemotherapie verbetert de overleving van patiënten met peritonitis carcinomatosa, tot 46% na 3 jaar en 31% na 5 jaar. In Nederland is de zorg voor patiënten met peritoneale metastasen en daaraan gerelateerd wetenschappelijk onderzoek ingebed in de multidisciplinaire Dutch Peritoneal Oncology Group (DPOG). Het belangrijkste doel van de DPOG is om de zorg voor patiënten met peritoneale metastasen te verbeteren.  DPOG studies zijn onder andere de COLOPEC studies en de lopende CAIRO-6 studie. In de Cairo-6 studie wordt de toegevoegde waarde van perioperatieve systemische chemotherapie bij HIPEC onderzocht. Recent is de PRODIGE-7 studie gepubliceerd die de toegevoegde waarde van HIPEC met oxaliplatin aan complete chirurgische cytoreductie heeft onderzocht. Gedurende 6 jaar zijn in 17 Franse centra in totaal 265 patiënten gerandomiseerd. Er blijkt geen significant verschil tussen de beide groepen met betrekking tot het primaire eindpunt overleving. Door conflicterende data en op basis van methodologische beperkingen is het de vraag of de resultaten uit de Prodige-7 naar de Nederlandse situatie is te vertalen. Heldere beeldvorming ten aanzien van de meerwaarde van cytoreductieve chirurgie en hypertherme intraperitoneale chemotherapie is van belang en toekomstig Nederlands onderzoek draagt daaraan bij.

De toekomst en toegevoegde waarde van fluorescentie beeldvorming bij de chirurgische behandeling van complexe en gemetastaseerd coloncarcinoom
Dr. D. Hilling, chirurg Erasmusmc

De presentatie zal gaan over de fluorescente beeldvorming van de tumor, metastasen en vitale structuren tijdens de operatie van het complexe en gemetastaseerde coloncarcinoom. De huidige stand van zaken, de toegevoegde waarde en de toekomst hiervan.

Geen gegevens gevonden